Ik mis je nu al

IK MIS JE NU AL!!” Riep ik de eerste keer over het douanepoortje, nadat ik jou net 3 weken kende en we op Ibiza afscheid moesten nemen. Naar jou. Afke. Maar eigenlijk naar iedereen die het maar wilde horen. Ik kon het nog helemaal niet geloven, maar het leek er op dat jij net zo verliefd was op mij als ik op jou. Missen was misschien een groot woord. Ik was het liefst natuurlijk bij je gebleven, maar later die dag, volgens mij een uur of acht ‘s avonds, nog geen half etmaal later, haalde ik jou alweer op van Schiphol. Met bloemen. Uiteraard.

Op schiphol kuste ik je vanmorgen gedag. Jij zweefde door de douanepoortjes zoals alleen jij dat kan en ik, ik wilde nog wat roepen. Maar dat lukte dus even niet. Ik miste je al. Deze keer echt. Een kleine twee maanden zonder jou. Niet de eerste keer, maar Amsterdam voelt nu wel een beetje koud.
Ik mis je ook echt merk ik. En stiekem ben ik daar ook wel een beetje blij mee. Door zelf iets te lang met een gesloten hart te hebben geleefd, laat je mooie dingen liggen. Missen is niet fijn, maar het raakt me en dat vind ik mooi. Af en toe laat ik even een traan. Komt wel goed.

Bijzonder ook om te merken, hoe we in elkaars bijzijn versmelten. Hoe mijn huis ook jou huis is geworden, ook al vind je zelf soms dat er nog te weinig lieve kleedjes liggen. Toen ik binnen stapte vanmiddag voelde het echt als onze plek en voelde het heel raar dat jij er dan niet was. Los van alle kleine trofeeeën die je hebt achter gelaten. Zoals je kapotte bril, die zo ontzettend leuk staat en je het liefst nog altijd op hebt, maar toch maar niet mee hebt genomen. Je schoenen, uiteraard. Of al die lieve kleedjes, diegene die er wél al zijn en ons huisje zo lekker gezellig maken. Fijn ook, al die kleine troffeetjes. Alsof je er toch nog een beetje bent.

Ook wel mooi, even alleen, alleen thuis. Eigen huis, eigen spullen, eigen ritme. Mooie gelegenheid om mijzelf weer iets beter te leren kennen. Zodat straks, ergens aan het begin van de lente, als jij weer terug komt en ik uit mijn winterslaap kom, er nog weer meer te ontdekken valt. Tot snel lieverd. Ik mis je nu al!

Een man alleen

Nieuw jaar, nieuwe kansen, nieuwe ik, nieuwe dit, nieuwe dat, je kent het wel.
Ik ook. Solliciteren dus. Immers, ben ik –helaas- nog steeds gewoon een mens. Veel tantra en meditatie ten spijt, nog niet verlicht, ook nog geen guru. Dus afgelopen maandag ging ik er gewoon eens voor zitten en dacht ik; lekker vacatures kijken en zien wat er tussen zit. Inmiddel weet ik weer iets beter welke richting ik op wil, gaat helemaal goed komen.

Niet dus. Een klein rondje online deed mij huiveren;
Super smart targets, processess efficiency en een fast-pace high performance environment.
Wow.
Een ochtendje lang speuren en ik wist genoeg. Deze kant wil ik helemaal niet op.
We gaan al zo snel, het is allemaal al zo mega efficient en we zijn al zo absurt slim. In ons hoofd. Er is juist zo’n wereld voor mij open gegaan door te vertragen, contact maken met wat er is en (proberen) te voelen wat iets doet met mij en in mijn lijf.

En zelfs hier zo voor uit komen voelt een beetje spannend, want wat nou als het allemaal niet lukt, en ik toch mee moet, kan ik dan nog terug? Ik hoop het niet.

In mijn vorige blog beschreef ik de vertraging die ik had ervaren tijdens Your Lab met Afke, het gevoel van leven, opnieuw leren leven. Daar wil ik iets mee, die ervaring gun ik anderen ook, jullie ook. Zoals ik dat wel vaker doe, keek ik vanmorgen weer eens uit het raam. Daar was net de vuilnisman bezig. Een man alleen, rijdt in een super modern vuilniswagentje, mega efficient, die hij helemaal alleen kan bedienen en waar bijna niemand meer bij nodig is.

Ik zie die man staan, met zijn bedieningspaneel, in zijn eentje. Daar heeft vast een hele goede consultant een hele mooie berekening gemaakt; we kunnen van 2 man personeel naar 1, kopen we een iets duurder systeem, maar dat bespaart personeelskosten. Minder gedoe. Heel mooi allemaal, tonnetje bespaart. En nog eentje.
En ergens begrijp ik ook de noodzaak hier van.

En toch.

Toch wringt dat een beetje. Ik zie die man zo staan, alleen. En dat lijkt mij zo ongelooflijk saai. Om de hele dag in je eentje zo op pad te zijn. Zelf zou ik dan liever achterop zo’n ouderwetse gele vrachtwagen staan, chauffeur voorin, en met zn tweëen achterop, beetje ouwehoeren, zakken er in gooien. Maar wel contact kunnen maken, met elkaar.
Ik romantiseer het vast.

Maar je bregrijpt mijn punt. Er is al zo’n mega beweging naar efficientie, sneller en beter. Ik ga mij inzetten voor minder efficient, langzamer en meer mens zijn.
Meer verbinding. Meer leven.

En dat voelt heel spannend, beetje eng zelfs. Maar ik ben niet alleen.

Leren leven

Zoals wel vaker gebeurt, nam Afke mij afgelopen week weer mee naar een heel bijzonder plekje. Zo belandde ik dit keer in de prachtige bossen van de Lage Vuursche op een retreat van Your Lab. En hoewel ik van te voren nog even twijfelde, of ik wel zin had in weer een week retreat (of wordt het niet eens tijd om wat meer actief iets te gaan ondernemen) kwam ik woensdagavond thuis en voelde mij alsof ik weer iets dichter bij het leven was gekomen.

Wat is dat eigenlijk, leven? En hoe doen we dat precies. Hoewel mijn berichten misschien anders doen voorkomen, vind ik leven niet altijd makkelijk. En daarmee wil ik niet zeggen dat ik het zwaar heb, integendeel, ik ben mij er van bewust dat ik ongeveer alles mee heb wat ik mee had kunnen hebben. Misschien zit daar soms wel de moeilijkheid. Zwaar, nee dat is het eigenlijk niet. Maar het is gewoon niet altijd eenvoudig. Een beetje ingewikkeld soms en soms nog iets meer. En waar zit dat dan in?

De eerste vijfentwintig jaar van mijn leven, heb ik mij ongestoord bezig gehouden met school, studeren, doorstuderen en afstuderen. Alles met een hoger doel voor ogen; werken, geld verdienen en leven. Zoiets.

Ik herinner mij zelfs een docent op de universiteit die, als ik zei “ik snap dit niet, voor mijn gevoel klopt dit niet” antwoordde met “Je moet je gevoel ook uitschakelen”.
In die tijd vroeg ik mij ook weleens af wat ik hier toch doe. En niet alleen ik, maar wat doe jij hier nou. En jij. En jullie. En wij allemaal eigenlijk. Maar uiteindelijk, werden die gedachten weer vertroebeld door het hogere doel; afstuderen en werken.

Tijdens mijn werkende jaren kwamen de vraagstukken weer iets meer boven drijven, vooral in die laatste jaren, omdat ik mij toen iets te letterlijk weleens af vroeg wat ik daar nou zat te doen. Daar was ik, werkend en wel, geld verdienend, huis, auto, mooi allemaal. Mark schreef er een boek over ‘Is dit het nou?’ precies dat.
En dat boek komt natuurlijk niet helemaal uit de lucht vallen. Er zijn er vast meer.

En zo zit ik dan en vraag ik mij dat dus af. Op een regenachtige vrijdagmiddag in Amsterdam. Ik staar uit het raam, besluit een rondje te lopen buiten omdat ik van buitenlucht meestal vrolijk word. Vind het te koud. Maak een klein rondje en ga weer lekker binnen zitten. Binnen. Tegenover mijn kerstboom. Zelf opgetuigd. Helemaal niet gek, al zeg ik het zelf. Afke een middagje op pad. Lekker ook, even alle tijd om met mijzelf alleen te zijn. Inmiddels zit ik nog lekkerder binnen, omdat ik weet hoe koud het buiten is. De ruimte om mij heen wordt gevuld door bongeziwe mabandla. Alleen van die naam word het alweer een paar graden warmer binnen. Zijn muziek is zo subtiel en zijn stem raakt zoiets teders, dat ik jullie ook gun om hier op een vrijdagmiddag naar te luisteren. En als het inmiddels zaterdag is, of zelfs zondag, denk ik dat je er nog steeds goed aan doet. 
En zo zit ik dus thuis, mij afvragend wat ik toch hier doe.

In de afgelopen week was ik dus zo bevoorrecht om een kleine week mee te mogen doen met Your Lab, georganiseerd door André en Robin. Prachtige naam ook,Your Lab, die eigenlijk de hele lading dekt. Your Lab, je eigen laboratorium, jij. Vijf dagen lang, een beetje extra aandacht op dat wat er in jou leeft. Vijf dagen lang een vol programma, met adem sessies van Niels (elke ochtend op reis, iedere reis een blog op zich waard).
Yoga met Afke (moet ik daar nog iets over zeggen?) familie opstellingen met Marjan (over magie gesproken) en nog meer, maar wat mij het meest intrigeerde, waren de stilte sessies met Andre.

Gezeten op zijn stoel, voor een groep van dertig, deelde Andre een klein beetje van zijn magie met zijn publiek. En dat begint eigenlijk met helemaal niets. En daarmee zegt hij eigenlijk alles. En dat is magie. Andre nam ons mee naar de stilte, maar niet alleen dat, hij liet ons ook even voelen, voelen hoe dat is. Om helemaal stil te zijn, en wat er dan gebeurt. Wat er dan gebeurt, om je heen en nog meer; in jezelf. Het fascineerde mij, het fascineerde mij zo, dat ik wel van de daken wil schreeuwen dat je dat eens moet gaan proberen. Ga eens met je collega’s in een vergadering zitten. En dan, op het moment dat iedereen wacht tot je wat gaat zeggen, dan zeg je helemaal niets. Wat er dan gebeurt is dus ook niet met woorden te beschrijven, dat kan je alleen zelf ervaren. En dat deden we. 
En om daar dan nog een klein schepje bovenop te doen, nodigde Andre mij uit, en niet alleen mij, ook de anderen, om zelf eens op die ene stoel te gaan zitten. En te ervaren wat er dan gebeurt. En zo deelde hij een week lang zijn wijsheid, kennis en kunde van het leven, met ons. En vervolgens kwam de uitnodiging om dan, juist vanuit die stilte, weer te gaan creëeren. En dat maakte diepe indruk. Uiterst liefdevol werden we begeleid in het aanwezig zijn met dat wat er is. Verspreid over de dagen, namen we één voor één plaats. Liepen we samen over het flinterdunne ijs dat soms over de ziel heen kan liggen. Zonder een moment verveeld te zijn. Hier gebeurde iets dat ik niet begrijp, maar waar ik wel de waarheid van voel in mijn zijn. Alsof we een beetje opnieuw leerden leven.

En nu is het weer vrijdagmiddag, zit ik thuis, met mijn eigen magie en besluit ik dat ik het best mijn eigen verwondering maar even op kan schrijven. Misschien geeft het wat ruimte, of in ieder geval, als ik het deel, lijkt het net alsof ik nog iets doe met mijn leven.

Met heel veel liefs toegewenst voor de komende dagen. Het licht komt er weer aan.

Dear Mama

Dear Mama,

Eerder had je liever niet dat ik je schreef, of wel dat ik jou schreef, maar niet hier. Je vond mijn stukjes prachtig, maar soms ook wel erg intiem. Van jou hoefde dat niet zo online.

Zelf vind ik het fantastisch, het geeft mij een gevoel van vrijheid, trots ook en een mogelijkheid om dingen die mij het diepste raken te delen met… tja met wie eigenlijk. De laatste tijd kom ik steeds vaker mensen tegen, die ik helemaal niet ken en die mij aanspreken. Aanspreken over mijn schrijfsels. En dat maakt het zo leuk. Als ik iets deel, eerlijk, wellicht onconventioneel en soms kwetsbaar, nodig ik daarmee blijkbaar een ander uit om ook die kant van hem/haar te laten zien. En wat er dan volgt is precies dat wat ik zo ongelooflijk mooi vind. Een ontmoeting tussen twee mensen waar een groot deel van de schaamte en de schillen over hoe-het-zou-moeten weg vallen. En dan gaat er ineens energie stromen, wordt mijn hart geraakt en weet ik; dit is wat ik wil.

En precies daarom, hebben wij, samen met jou, zo ongelooflijk mooi afscheid mogen nemen. De wetenschap dat het einde nabij was, maakte dat al die pantsers gekraakt waren. Alle muurtjes waren even afgebroken. En alle hartjes lagen daar zomaar ineens open en bloot in al hun kwetsbaarheid.

Twee weken kregen we. Nog nooit was ons huis zo groot. “If there is love, there is room” leerde Ohad mij tijdens ISTA training. En zo was het. In het huis dat vroeger weleens te klein leek voor twee volwassenen en twee kinderen, woonden ineens deze week zes volwassenen moeiteloos samen.

Het was herfst, maar niet zomaar herfst. Het was de mooiste herfst van de eeuw, buiten was het warmer dan gebruikelijk wat er ook voor zorgde dat de blaadjes nog langer aan de bomen bleven hangen. In al hun pracht, van fel geel tot diep rood, nog ver van bruin, dat kwam later pas. Alsof het leven om ons heen wist dat het niet zomaar herfst was, maar jouw allerlaatste. En dat alle blaadjes aan de bomen nog één keertje afscheid van jou wilden nemen.

Ik schrijf dit op, denk er nog eens over na en realiseer mij dat dit echt zo klopt. Hoe kan het anders dat het precies in die weken ineens nog even heel mooi was buiten. Even twijfel ik, leek het misschien maar zo? Ik denk terug aan die dag in het ziekenhuis, de laatste dag in het ziekenhuis van al die dagen, AL die dagen, dat jij, samen met papa, in het ziekenhuis bent geweest. Daar ergens achterin Den Haag, aan het randje van Rijswijk, Nederland op zijn allerlelijkst. Flatgebouwen uit de tweede helft van de vorige eeuw, straat na straat. Vaak als ik je op kwam zoeken zakte een heel groot deel van de moed mij daar al diep door mijn schoenzolen heen. Wat een ongelooflijk troosteloze plek. Behalve toen, op die laatste dag in het ziekenhuis, nadat de dokter ons verteld had dat het vijf voor twaalf was, liep ik de kamer uit, op de vijftiende verdieping en keek naar buiten. En ineens viel het me op, dat het bericht wat we net hadden gehoord, zo ontzettend lelijk was, dat daarbij regenachtig rijswijk zelfs mooi leek.

Het was toen nog precies twee dagen voor mijn verjaardag, jij beloofde mij dat je daar nog bij zou zijn. En dat was je ook. We wandelden over het strand, stapje voor stapje door het zand. De lucht kraakhelder, de zon misschien wel op zijn allermooist. Felle warme stralen die het strand versierden als de slingers van mijn verjaardag. We gingen even naar binnen, bijkomen en warm worden met een thee. Ik keek naar je en hield je handen vast.

“Sjoerd”, zei je, “ik heb er nog eens even over nagedacht, je mag toch wel een stukje schrijven”. Gelukkig maar lieve mama, want ik had dit niet niet willen delen.

Die mooie zondag eind oktober. Net als vierendertig jaar geleden, in negentienvierentachtig. Ook een zondag. Ook zonnig. Een zonsdagkindje, maar nu eventjes niet. Het is alsof de tijd even stil heeft gestaan sinds die zondag.

Eigenlijk dacht ik dat het met mij wel goed ging, maar dat is natuurlijk een ilussie. Tranen rolden de hele middag over mijn wangen. Zoals zo vaak de laatste weken.

Vandaag was ik voor het eerst sinds die zondag weer aan zee. Net als toen, op mijn verjaardag, met jou. Was de lucht weer net zo helder, scheen de zon weer even en had de dag een klein beetje magie in zich.

Herman zingt:

“Vaarwel, adieu, goodbye, so long
Ik zal je erg missen
Au revoir, tabee, tot ziens, sayonara
Ik zal altijd aan je denken”

En zo is het.

Dag lieve mama.

De Beste

Vierendertig jaar geleden sprak jij de legendarische woorden:

“Het is een jongen! Twee kinderen is wel genoeg hè!?”

Waar ik uit op maak, dat jij als een kind zo blij moet zijn geweest met de geboorte van je kersverse zoon.

Dat het leven daar zo’n grote wending zou nemen, had jij zelf waarschijnlijk nooit kunnen bedenken, en ik al helemaal niet. Ik dacht überhaupt helemaal niets. Daar lag ik, net vers geland, nog warm van de baarmoeder en blij dat ik ondanks die gekke stuipligging “ass-first” de uitgang had gevonden en even frisse lucht in kon ademen.

Wat volgde waren historische jaren waarin jij je als vader ontwikkelde tot een strenge, zorgzame en ook lieve man. Zonder twijfel deed je letterlijk alles voor mij en ook mijn lieve zus. Of ik nou deed aan judo, atletiek of basketbal, altijd kwam jij kijken. Stond je daar in de regen, onder je paraplu, met een flesje AA voor als ik de finish zou halen. Of je keek toe, in die bruisende rijnstreekhal, hoe ik twee keer twintig minuten zuivere speeltijd op de reservebank zat om in de laatste minuut speeltijd een bal naast te schieten. Want ik keek niet naar de basket, ik keek of jij mij wel zag.

Langzaam werd ik van een klein ventje een klein mannetje. Bleek dat ik best pienter was op school, maar ook aan de eettafel. Had jij de hele dag gewerkt en was je blij dat je even uit kon rusten, wilde ik over alles met je discussiëren, je alles vertellen wat ik had meegemaakt, welke cijfers ik had gehaald en eigenlijk wilde ik je zelfs vertellen op welke meisjes ik verliefd was. Maar dat durfde ik natuurlijk niet.

Ik was niet echt bang voor je, maar luisterde wel. Een beetje streng was je wel. Of kwam dat door die imposante snor?

Er zijn tijden geweest dat ik het moeilijk vond om je te begrijpen. Andere hobbies, andere interesses, andere gebruiken. Was je nou zo anders dan ik, of zijn we juist zo gelijk en vinden we het soms moeilijk dat bij elkaar te zien? Behalve tijdens het hardlopen, kilometers lang konden we zwijgzaam naast elkaar lopen en voelde ik helemaal dat het goed was. Vanmorgen nog heb ik een stuk hard gelopen en voel ik dankbaarheid dat dit er zo is ingesleten.

Voor mij veranderde alles toen ik naar Enschede verhuisde. Zonder moeite reed je mij op mn zeventiende op en neer naar Enschede om uit te zoeken wat het allerleukste huis zou zijn. Hoewel je vast genoot van de rust aan tafel als ik er niet was, kon ik ook voelen dat je me wel miste thuis. Kwam ik op vrijdagmiddag met de trein uit Enschede naar huis, stond jij steevast klaar op het station. En dan gebeurden de mooiste dingen. Zaten we onderweg in de auto naar huis, vertelde ik je honderuit over mijn week in Enschede en jij luisterde. En andersom. De ruimte deed onze relatie goed. Het op mijzelf wonen gaf me een nieuwe kijk op wat jij allemaal voor mij deed.

Ik voelde me niet alleen gewaardeerd, maar ging ook steeds meer waarderen wat jij allemaal voor mij deed.

Twee levens die zo verschillend zijn, terwijl wij tegelijkertijd zo veel op elkaar lijken. Andere tijd, andere generatie, andere mogelijkheden, andere keuzes.

Een paar jaar in het buitenland maakte dat ik mijzelf eindelijk een zelfstandige man voelde. Jij vond het vooral ver weg en ongezellig, maar was ook trots op het avontuur.

Ik heb lang gedacht dat een man stoer en een beetje nors moest zijn. Je leerde mij zorgvuldig te zijn en integer. Ik wilde eindeloos praten en verhaaltjes vertellen maar dacht dat dat er niet bij hoorde. Jij bent meer een binnenvetter, ik deel graag wat er in mij speelt.

Maar de laatste jaren zie ik een andere man. Eentje die er altijd al was, maar misschien niet zo duidelijk voor mij in het licht stond. Daar ben jij in al je kracht, zorg je voor mama alsof jóu leven er van af hangt.

Lieve papa, vandaag word je 69 jaar. We zouden het volgend jaar groots vieren, maar zo bijzonder als vandaag wordt het nooit meer. Jij bent de beste.

Vakantieliefde

Vandaag precies een jaar geleden, stipt om 00:00 ‘s nachts, reed jij de huurauto zomaar pardoes in die tegemoetkomende auto. Met een kleine klap en een iets grotere schok kwamen we tot stilstand. Die klap was van de auto’s die de energie van hun snelheid abrupt kwijt waren. Die schok kwam vanuit het diepste van het universum. Alsof de sterren nog net even dat laatste tikje nodig hadden om in de juiste constellatie te gaan staan. Jij hielp ze daar gewoon een beetje bij. Zo ben jij nou eenmaal. Wereldvrouw.

We liepen naar huis. Auto in de berm geparkeerd, voor zover dat nog ging. En daar, tijdens die wandeling, resoneerde die schok pas echt goed in mij door. Ik herinner mij nog hoe fijn ik het vond om naast je te lopen. Zo’n besef dat dat ineens binnen komt. Tot die tijd vond ik je aardig, grappig, een beetje gek. Maar daar, op Ibiza, wandelenden wij onder een sterrenhemel, over een straat zonder naam. En ik had ineens gevonden waar ik zo lang naar zocht. Bono zou er een liedje over hebben gezongen. Of twee. Wist ik veel. Ik wist nog helemaal niets.

Het was ruim een uur lopen. Ik, die in de anderhalf jaar daarvoor niet verder kwam dan een blokje om en elke avond om tien uur ging slapen. Ik vond het doodeng. Maar er was licht. Die ene bijzondere dokter daar aan de Amstelveense weg, die had mij verteld om eens een hele nacht wakker te blijven. “Jij bent al lang beter, je moet even je koppie resetten. Sla maar eens een nacht je slaap over, dat gaat je goed doen.”

Daar had ik tenminste wat aan.

Ik sloeg een arm om je heen. Beetje joviaal, beetje nonchalant. Gewoon gezellig. Het komt allemaal wel goed. Geeft niks dat je net een huurauto total loss hebt gereden. Zo’n arm.

Oeps. Snel weer los laten. Wow, dat voelde spannend. Fijn ook.

Hey, wat gek, het lijkt wel een soort magneetje. Eentje waar ik nu alweer mijn arm om heen wil slaan. En we moesten nog een uur.

Die nacht keken we samen naar de sterren. Iedereen was gaan slapen. Speciaal voor ons stond er een bed buiten, een prachtig hemelbed. Alsof het een potje was waaruit een pas gepland zaadje mag gaan ontkiemen.

We praten en praten de hele nacht door. Ik hing aan je lippen, wilden ze eigenlijk ook kussen maar wist dat dat nog even niet kon. Wist ook dat ik je niet zomaar een avondje wilde kussen, dus ik voelde mijn verlangen, ademde het in, ademde ook weer uit en bleef ademloos naar je zitten luisteren.

Afgelopen weekend sliepen we samen onder de sterren. Eigenlijk sliep ik niet. Ik keek naar de sterren, de grote beer, de poolster, Cassiopeia, de melkweg, het heelal. Zijn we ineens niets meer dan twee hele kleine lieve wezentjes die daar liggen, die hier ronddartelen over deze planeet aarde. Zo piepklein in dit hele universum, voortbewogen door liefde. Bereken ik de kans dat we elkaar tegen hadden kunnen komen. Kijk ik naast me, zie ik je mooie lieve gezicht, zelfs ‘s nachts glimlach je nog steeds, ook als je slaapt.

Vanmorgen schreef ik op een heel klein briefje dat het leven met jou net een achtbaantje is. Soms zet je mijn leven op zijn kop, soms zijn we op grote hoogten en heel soms hebben we even een sleepje nodig voor de volgende rit. En al die tijd overheerst het gevoel van een onwerkelijke sensatie. Vandaag kennen we elkaar een jaar en het voelt zelfs eng om dit op te schrijven, maar ik kijk er naar uit hier nog veel meer jaren van te maken.

Welcome home

Vanaf vandaag wordt alles anders. Vanaf vandaag ben ik online. Heb ik een klein digitaal projectje om aan te sleutelen en plaats ik mijn verhalen, anekdotes, hersenspinsels en weergaven van het leven hier op mijn site.

Welkom thuis

Sjoerd