Liefdesverdriet

Toen ik twee jaar geleden, nadat ik een half jaar thuis had gezeten in een donkere kamer omdat mijn surfboard op mijn hoofd was gebroken in een legendarische beachbreak barrel in Frankrijk (zie ook eerdere posts). Toen ik dus na die tijd mij weer in het openbare leven ging begeven, was een van de eerste opmerkingen (vragen?) die ik dagelijks hoorde; “jij gaat vast nooit meer surfen hè?” Raar vond ik dat dan altijd. Alsof surfen iets is dat je eigenlijk al niet zou moeten doen en dan nu al helemaal niet meer. In Nederland gaan er per dag zeker 4 mensen naar de spoedeisende hulp, soms zelf 5, door fiets ongevallen. Ik denk niet dat hun vaak gevraagd wordt of ze nooit meer zullen fietsen. Terwijl dat voor sommige mensen helemaal niet gek zou zijn.

Dus toen ik weer een beetje in vorm kwam en samen met mijn vader een dagje naar Noordwijk ging, lag mijn boardje achterin, wetsuit mee -én- dat wel, een helmpje. Spannend was het, zeker. Maar ook heerlijk. Magisch. Zoals het soms kan zijn.

In surfen vond ik een stukje toewijding die ik op weinig manieren kende. Surfen vereist toewijding, geen half werk, dan kom je er gewoon niet. Gewoon uren lang doen, dagen achter elkaar, jaren. En er altijd mee bezig zijn waar en wanneer de golven zijn. Altijd met die drive om beter te worden, nog langer te staan, nog hogere golven, jagend naar die gekmakende sensatie. Niet te beschrijven. Écht heel goed heb ik het nooit geleerd, maar ik kan zeker met enige trots zeggen dat ik het kan.

Surfen maakte me helemaal gek. Op alle vlakken. Van midden in de winter surfen, tot dagen dagdromen over helder blauw water met perfecte golven. Helemaal gek kon ik zijn van boardjes, fins, tailpads, alles. Niets zo fijn ook om even een surfwinkeltje te bezoeken. Gewoon even boardjes kijken, even voelen. Even de geur van wax en wetsuits. En ook daar zat wel eens frustratie, na een paar jaar verzamelen heb je alles wat er nodig is, zijn er weer geen golven.

Ergens in 2014, toen ik net naar Amsterdam was verhuisd, besloot ik dat er maar één manier was om beter te worden; het hele jaar door surfen. Gewapend met een 6mm dik wetsuit, handschoentjes, schoentjes en vaseline op mn neus, doken we zelfs in januari of februari nog het water in. Die toewijding. Gevoed door een droom.

Dagen lang dagdromen, achter mn laptoppie op kantoor of plaatjes kijken op insta. “Als ik daar toch zou zijn..”
Afgelopen jaar heb ik meer gesurft dan ooit. Twee maanden non-stop in Sri Lanka met Rob en later nog in Portugal even op bezoek bij Rene en zelfs in Engeland op bezoek bij Ivo.

En het lijkt bijna alsof het even genoeg is geweest. Ik merkte de laatste tijd in Nederland al, dat die gekmakende drive wat ontbrak. Dacht nog dat het kwam door de kou en de eigenlijk waardeloze klotebak die de Noordzee soms is.

Ik heb wel vaker gehad dat ik mega veel zin had in een surf sessie, en die uiteindelijk tegen viel. Dan voelde ik altijd een soort wanhoop; als ik zelfs surfen niet meer leuk vindt, wat doe ik hier dan nog? Maar eigenlijk twijfelde ik er nooit aan dat het de volgende dag weer helemaal anders zou zijn. Zie het als een keer slechte sex, dat gebeurt weleens, maar dan maak je het niet gelijk uit.

Surfen geeft zoveel energie, blijdschap, troost. En het kost dus eindeloos veel tijd. Het is echt net een vriendin.

En nu ben ik ineens weer op Bali, en is het niet eens ‘Im Frage’ waar ik mijn eerste stop zal maken. Dus zit ik in Canggu, dat inmiddels eigenlijk drukker is dan de binnenstad van Amsterdam, maar die golven hier komen zo uit een boekje. Dus dat snap ik wel.

Ik neem mij voor om een paar dagen te gaan surfen, en daarna zie ik het wel. Maar eigenlijk merk ik het al op de eerste dag; het lijkt wel of die ziekmakende noodzaak even weg is. Tegen beter weten in huur ik toch een boardje en geniet van de eindeloze lange golven die hier binnen rollen. Ongeëvenaarde schoonheid. 
Maar het is er even niet meer.

En daar ben ik van in de war.
Al een paar dagen.

Dus vanmorgen heb ik nog een keer een boardje gehuurd, want als ik hier ben, kan ik dat niet niet doen. En ik heb genoten van wat er was. Die magnifieke oceaan hier. Waar golven vanuit het niets heel langzaam op je af marcheren. In loodrechte lijnen. 
Wat volgde waren een paar fantastische ritjes, blijdschap dat het zo lekker gaat. En dan, na mn laatste ritje, die eindeloos lang leek te duren, die volle concentratie, je hele lijf ingetuned op de golf en heel even staat de wereld om je heen stil, en dan weet ik dat het klaar is. Ik lig in het water, kijk om me heen en merk dat ik verdriet voel.

Surfen is zo’n waanzinnig mooie sensatie.

Maar de magie is er even niet meer. Of in ieder geval nu even niet. En dat maakt me verdrietig. Als een vriendinnetje waar je jaren lang verliefd op bent geweest, maar ineens is de verliefdheid weg. Ik voel me alsof het tijd wordt voor iets nieuws. Ik mag hier vandaan, deze plek. Ik hóef niet meer per se te surfen, op alle mogelijke vrije momenten die ik heb. Voor het eerst dat ik op Bali ben, vertrek ik uit eigen beweging naar het binnenland. Daar ligt ook zo’n bijzondere plek, Ubud. Daar maar eens kijken.
En toch voelt het gek, alsof ik iets mag loslaten. Iets waar ik de hele tweede helft van mijn leven mega veel van heb gehouden.

Gelukkig ben ik nog altijd smoorverliefd op Afke. Jou houd ik graag nog even vast. ❤️

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *