Lieve Oma,

Ietsje meer dan twee maanden geleden vierden we dat je negentig werd. Ik schreef een klein stukje, jij nodigde al je boers uit en pa regelde een taart met opschrift. Ik probeerde mij voor te stellen hoe dat zou zijn. Negentig worden. Ik vond het prachtig om te zien hoe jij nog van zo veel kon genieten. Hoe je ging stralen van hele kleine dingetjes. Je was zichtbaar content met de aanwezigheid van je broers. Vier had jij er. Mijn lieve kleine omaatje, de grote zus van vier volwassen mannen. Iedere kijker zijn eigen perspectief.

Voor mij was jij altijd het voorbeeld van onvoorwaardelijke liefde. 
Altijd als ik jou zag, als ik aan kwam, wegging of gewoon even een moment nam om naar je te kijken, dan ontdooide er iets in mij. Je ogen zo helder, zo zacht. Alsof er een klein beetje licht vanuit jou naar buiten scheen. De zachte eindeloze liefde van een moeder maar zonder de strenge zorgen van de opvoeding. Die rol had jij al gehad en was nu voor mama.

Bij niemand kon ik mij zo op mijn gemak voelen. Gewoon er zijn, zonder dat er iets hoeft. Bij jou mocht alles. En ik hield eindeloos van je. Soms kwam ik op een willekeurig moment terug naar Nederland, was ik in de buurt en belde ik aan. Bellen was niet nodig. En als ik moe was, spreidde je een kleedje op de bank en gaf je me een kussentje. “Ga maar even liggen jongen.”

Verhalen vol warme herinneringen kan ik over je schrijven.

Een taaie was je. Jaren heb je voor opa gezorgd zonder dat wij echt in de gaten hadden hoe veel je echt deed. Toen hij een stukje bij je vandaan moest wonen, liep je op de winterste van de winterdagen in je eentje door de storm om nog even bij hem te zijn. En zelfs toen ik twee jaar geleden niet naar jou toe kon komen, kwam jij mij opzoeken in Amsterdam. Liepen we toch weer samen door het vondelpark, terug over de J.P. Heijestraat, vertelde je over vroeger. Hoe de oorlog je leven veranderde en wees je me aan waar je vroeger gewoond had.

En ondanks dat je van elke dag het beste maakte en genoot van de bloesem voor de deur, het eten dat je kreeg en de liefdevolle verzorging, gaf je ook weleens aan dat een deel van je er wel klaar voor was.

Maar het mocht nog even niet. Wat houdt je toch hier, vroeg ik mij weleens af. Blij als ik was dat je er nog was, zag ik ook wel dat je er niet altijd zou zijn.

Alsof je gewacht hebt, op mama.

Vijf maanden na mama. En eigenlijk is dat net iets te snel voor ons. Maar we snappen het ook wel. Het is mooi geweest. Je was prachtig. Het was niet altijd makkelijk voor je, alsof verlies en afscheid nemen in al die negentig jaren terug bleven komen. Maar jij hield eindeloos stand.

En nu ben ik er niet. Ben ik in Thailand met Afke. Heb ik besloten om hier te blijven. En dat is moeilijk. Doe ik je daarmee niet tekort? En niet alleen jou, maar ook pa en Annick. Kwesties. Blijf ik hier omdat het teveel is om er nu alweer doorheen te gaan? Ik leer hier over spiritualiteit, verbinding die verder gaat dan alleen in de fysieke wereld. En ik draag jullie in mn hart. Ik neem jullie altijd mee.

Ik hoop dat je nu daar bent, daar op die plek die je zo vaak beschreef. Waar van je zo zeker wist dat die er was. Die plek, daar waar Rob, opa en sinds kort ook mama op je wachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *