Het Buitenhuis

In 2014 werkte ik inmiddels drie jaar in Assen en woonde ik in Groningen. Gevoelsmatig leefde ik in een spagaat, de weekenden bracht ik door in het prachtige, tijdloze Amsterdam. Slapend bij vrienden, struinend door de nachten, mijzelf verdovend met voornamelijk bier. Doordeweeks droomde ik van een carrière als manager van Shell, en die droom had mij na enkele omzwervingen geleid naar het pittoreske Assen. Omdat ik nog een beetje het gevoel wilde hebben in een stad te wonen, woonde ik doordeweeks in Groningen. Tot ik in 2014 besloot dat ik een eigen plek wilde in de hoofdstad. Weekenden lang bankslapen en logeren was mooi, maar vooral mooi geweest. En hoewel ik nog altijd carrière wilde maken bij Shell, werd het offer om in het noorden te wonen wel erg groot. En zo was mijn eerste stap de goede richting op, het kopen van een huis in Amsterdam.

Dit bracht echter één nadeel met zich mee; doordeweeks moest ik nog gewoon dagelijks in Assen zijn, en Amsterdam-Assen is bijna twee uur. Voor deze uitdaging had ik nog geen oplossing gevonden. Wel wist ik dat mijn zus toendertijd nog in Groningen woonde en ik dacht dat ik daar wel af en toe een nachtje kon slapen.

En toen kwam daar zomaar ineens een oplossing uit de lucht vallen; “Het Buitenhuis”.

Er bleken meerdere getalenteerde, jonge, ambitieuze carrieretijgers, die wel in Assen wilden werken, maar in Amsterdam wilden wonen. En zij waren al een stap verder; samen huurden zij -voor weinig- een huis in Assen, waar zij van maandag tot donderdag verbleven, om op donderdagmiddag klokslag kwart over vier, zo snel mogelijk, via de achteruitgang de parkeerplaats op te rennen om daar in een auto te stappen en zo hard mogelijk naar Amsterdam toe te rijden.

En er was nog een plekje vrij.

Ik had dan wel niet bij het Delftsch Studenten Corps gezeten, maar er was iets, waardoor ik toch door de ballotage heen kwam en deel mocht nemen in het Buitenhuis.

Dat er vijf slaapkamers waren en al vijf man woonden bleek geen probleem: In het buitenhuis hielp men elkaar vanaf dag één. Gezamelijk reden wij naar de Gamma, kochten wat latten en houten platen en daarmee timmerden we een ‘muurtje’ midden in de woonkamer. Waardoor er spontaan een zesde slaapkamer ontstond. Als kamerdeur gebruikten we de keukendeur, die stond immers altijd open.

(Later zouden we er zelfs met zeven man wonen. Deze zevende bewoner bewoonde de overloop. Hij kreeg daarvoor korting op de huurprijs, omdat hij met zijn hoofd onder de CV ketel lag.)

Over de staat van het huis kan ik een verhaal apart schrijven. We hadden vloerbedekking. Gordijnen (later zelfs twee). Een afwasmachine. Een Wasmachine. Muizen. Marters. Zilvervisjes. En zelfs een vleermuis. Auto’s parkeerden we in de voortuin in het gras. Gelukkig was iemand zo slim geweest om ooit een schoonmaakster aan te nemen.

Er was iets bijzonders in het Buitenhuis. Ik probeer er de vinger op te leggen wat dat precies was. Een gevoel van saamhorigheid. Allemaal niet in Assen willen wonen, maar het samen toch doen en er het allerbeste van maken. Ik ervaarde daar een vorm van vriendschap die ik niet vaak ben tegengekomen. Het gevoel er vanaf het begin af aan bij te horen en elkaar te helpen waar nodig. Hadden we de hele week in hetzelfde huis gezeten in Assen, stonden we op vrijdagmiddag ook weer samen in de kroeg in Amsterdam, omdat we het eigenlijk gewoon allemaal heel gezellig vonden samen en we dan lekker door konden gaan over alles wat er zo kut was aan Assen.

De maandagochtenden werden legendarisch. Om kwart over zes vertrok de buitenhuis expres vanaf Bakkerij Ron Verboom richting Assen om daar keurig om acht uur op kantoor aan te komen. Het weekend werd besproken, werk werd voorbereid en katers werden uitgeslapen.

Nog legendarischer werden de pogingen ‘te ontsnappen’ uit het Buitenhuis. Wie lukte het als eerste om zijn carriere voort te zetten buiten Assen en zo het Buitenhuis definitief achter zich te laten. “The Great Escape” werd bijna een mythe en indien volbracht, beloond met een t-shirt en eeuwige roem.

Het Buitenhuis werd een fenomeen, binnen, en zelfs buiten Shell. Dat wat ooit ontstond als een noodoplossing groeide uit tot een fenomeen, waar we allen stiekem een beetje trots op waren.

Afgelopen week ging er over de buitenhuis-app een bericht om vrijdagavond samen te gaan eten. Na mijn initiele enthousiasme las ik “We verzamelen om 17:30 in de kroeg en 20:00 door naar het restaurant”. Ik haperde even, kroegen en veel drinken zijn niet meer aan mij besteed. Maar het leek mij ook leuk om deze bijzondere groep weer eens te ontmoeten. Uiteindelijk ging ik toch en daar ben ik erg  blij om. Het was fijn elkaar weer te zien, we spraken over carrieres en geld, maar ook over kinderen en toekomst, over leven en spirtualiteit en uiteraard over die wonderlijke tijd in het buitenhuis.

Waarom ik ooit ben toegelaten tot het huis is mij altijd een raadsel geweest. Dat het iets bijzonders heeft gecreëerd staat zonder meer vast. Dank.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *