Jij

Het was toen we terug liepen van de sauna naar de camper. We liepen achter de duinen over de camping. De zon was net onder en de lucht kleurde van een oranje gloed net boven de duinen naar geel iets daarboven, bedekt met een laagje groen en daarna ging het over in lichtblauw en kleurde uiteindelijk donkerblauw helemaal bovenin de hemel. Na een prachtige zomerse dag, was het ineens fris buiten, de lucht was nog koud en fris zoals dat in het voor- en najaar in Nederland zo mooi kan zijn. De wind was nagenoeg gaan liggen, waardoor het geheel een bijna warme sfeer creĆ«erde. Een lucht vol herinneringen. Herinneringen van voorjaarsavonden op de camping, of misschien wel voorjaarsavonden in Nederland. En zeker herinneringen aan jou. Alsof je ineens even daar was, of misschien nog meer, alsof je er ieder moment ineens weer even kon zijn. Alsof je ineens zo even naast me zou kunnen lopen. Alsof je ineens van om de hoek aan zou kunnen komen lopen, je dikke vest aan, sjaal om. Kleine koukleum. Ik heb het niet van een vreemde.

Ik ben even stil gaan staan. Even voelen wat daar gebeurde. Alsof je even iets aan me kwam vertellen. Of me even kwam herinneren dat jij er ooit was.

En terwijl ik daar stil sta, realiseer ik mij ineens, dat in dit bijzondere tafereel, jij zo dichtbij voelt. Ik geniet er even van, slechts enkele seconden. En dan valt het besef dat dat helemaal niet kan. Dat jij er niet meer bent. Niet in deze vorm. Ik voel het verdriet, een slag van die diepe angst van het besef dat jij er niet meer bent. Een flits van een totale verlorenheid. Alsof mijn ziel even naar beneden stort in de eindeloosheid van het universum.

Ik huil zachtjes in de stille avond. De lucht blijft, jij ook.

Jij bent er altijd. Maar vanavond was je wel even heel dichtbij. Fijn was dat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *